Hoop in documentaire land

Het materiaal eens rustig gespot. En vrij nauwkeurig uitgeschreven. Bijna 12 uur materiaal. En daarmee een beetje gaan knippen en plakken. Stukjes achter elkaar zetten die op een of andere manier met elkaar te maken hebben. En op andere momenen het scenario erbij gepakt en vrij rucksichtlos in beelden achter elkaar gezet wat ik daar in eerdere instantie in woorden had opgeschreven. En zowaar. Het begon een heel klein beetje ergens op te lijken. Er begon een heel heel klein lijntje te ontstaan. Nog geen bloesem. Zelfs geen knop. Maar onmiskenbaar een lijntje.
En met dat hele kleine lijntje, en met het 12 uur materiaal. Op schijf en op papier. Ben ik vrijdag met editor Harro Henkemans aan de slag gegaan. Of beter, hij ging aan de slag. En ik zat schuin achter hem en riep af en toe iets, beaamde een handeling. moedigde hem aan om nog meer risiko te nemen. Of ging naar buiten om eerst chocola en later – het was immers vrijdag – ook nog wat bier te halen.
En Harro ging maar door. Als een improviserende pianist. Als iemand die zonder vast plan de rubikon kubus in een rotvaart aan het oplossen is. Hij ging maar door. Zette nieuwe stukjes achter elkaar. Plakte er een stuk muziek onder. Versnelde hier en der een shot. En voegde dan weer wat vertraging toe. Mengde subtiel en uitgekiend uitspraken hier gedaan, met beelden daar geschoten.
En zag ik donderdag nog een lijntje. Vrijdag zag ik de eerste vage contouren van een bloem. Een bloem die er nog lang niet is. Die nog heel veel draaiuren, heel veel inspannng van mij, mijn crew en van J. zal vragen. Maar decontouren die ik vrijdag ontwaarde zeggen me nu al dat die uren en die inspanning de moeite waard zullen zijn.
Ik kan haast niet wachten.
Tot de volgende montage dag. Tot het moment dat J. weer terug is van vakantie in Amerika.
En naar ik zojuist uit een emailtje begreep, staat ook Harro te popelen.
We hebben er zin an!