Bardsongs – Cherry pickers en koekenbakkers

 

 

 

 


Het was een paar dagen stil op deze weblog. Wat niet wil zeggen dat we hier in Jodhpur hebben stilgezeten.

Even een kort overzicht.

We hebben een cherry-picker gevonden. Een hoogwerker. Ik vind de Engelse benaming mooier. Kersenplukker. Het starten en landen ermee gaat te wild om door een camera te kunnen worden opgevangen. Maar daar tussenin stijgt en daalt ie vrij regelmatig in een tamelijk rechte lijn. We zullen hem vooral nodig hebben voor het allerlaatste shot van de film waarbij de file waarin de zoon van de hoofdpersoon zich bevindt langzaam in het gekrioel van de rest van de stad zal opgaan.

Zie je het voor je?

Over de hoofdpersoon gesproken. De zomaar op een plein ontdekte zigeunerachtige man met de voor ons ideale uitstraling die daar in een open bijna middeleeuwse keuken zoetwaren aan het bakken was is in ons hotel langs geweest. Het is een schitterende vent – of beter mannetje eigenlijk – want hij is bijzonder klein van stuk. Zijn bijnaam is ‘Nirmal’, wat zacht betekent. Toen hij binnenkwam – geschoren en gebad en in zijn nette kleren –  was hij even heel verlegen. Maar hij kwam al heel snel los en vertelde ons – in Hindi en vervolgens vertaald door onze tolk Iqrar – dat zijn vrouw en kinderen in Calcutta wonen, dat hij 35 is en geen enkele acteerervaring heeft maar voor ons ‘zeker de juiste man is’. Het belangrijkste echter: hij bleek redelijk te kunnen acteren. Sander vroeg hem een hoteltrap op te gaan en op de verdieping rond te kijken terwijl Sander hem met zijn kleine camera volgde. Hij deed meteen wat hem werd opgedragen, zonder verder nadenken en het zag er heel naturel uit. Het had iets droevigs, iets melancholieks zoals hij daar nadenkend en rondkijkend over de eerste verdieping dwaalde.

Mooi.

En toen Sander hem vroeg of hij dan geen enkele camera-angst had gaf hij een antwoord dat ook Ravi, onze hoofdpersoon, gegeven zou kunnen hebben. “Ik zit de hele dag naast het helse vuur van de bakkerij, waarom zou ik dan bang zijn voor een camera?”

We hebben dus een Ravi. Waarschijnlijk. Hij heeft nog niet alle testen doorstaan. En, ook niet onbelangrijk, dan moeten we er ook nog een passende zoon, een Sahir, bij kunnen vinden.

 

Daartoe hadden we gisteren een tweede casting dag. 

Eerst 20 volwassen mannen. Je weet immers maar nooit of we nog zo’n ‘natuurtalent’ als Nirmal ontdekken – niet dus – maar bovendien hebben we nog talloze marktkoopmannen, goudsmeden, buurmannen, een brahmaan en andere passanten nodig.

En daarna 20 jongens. (Zie de foto’s.) Maar de echte Sahir zat  er jammer genoeg nog niet tussen. Twee jongens leken een beetje op Nirmal. Maar bij de improvisatieoefening die ze vervolgens kregen – je staat in een file, mensen achter je worden boos en beginnen te schelden, jij wordt ook boos en scheldt terug – bleken ze helaas niet overtuigend  te kunnen acteren. Dus een Sahir hebben we nog steeds niet. Terwijl de tijd dringt.

Wat we ook nog niet hebben is een geschikte kamelenkar. Geen onbelangrijk rekwisiet, gezien de smalle straatjes van de oude stad. Alle karren de we toe nog toe gezien hebben bleken te breed te zijn. Een geïmproviseerde ezelkar die we aantroffen in een arm deel van de stad waar in de middenberm een zestal mensen tussen de razend auto’s, scooters en tjoektjoeks in lag te slapen, kwam nog het dichtst in de buurt. De eigenaar van de kar kon nauwelijks geloven dat er opeens mensen waren, onder wie zelfs twee Europeanen, die belangstelling voor zijn kar hadden. Hij kwam enthousiast van de overkant van de weg aanrennen, bleef ons  de hele tijd breed lachend aankijken en toen wij alweer in ons busje zaten en wegreden stond hij nog steeds ongelovig en met andere ogen dan ooit naar zijn eigen kar te staren.

“Mijn kar, wie had dat ooit durven dromen…?”

Waarschijnlijk laten we uiteindelijk toch een kamelenkar nabouwen, maar dan een smalle versie.

 

Ook de helft van het aantal locaties staat nog maar vast. En onze Indiase productieleider blijft maar voor problemen zorgen. Blijft bijvoorbeeld maar proberen bij iedere wind- of rookmachine minsten twee goedbetaalde Indiase personeelsleden te leveren en als het even kan ook nog een aantal Indiase assistenten. Niet geheel onverwacht overigens. Voor dit soort Indiase praktijken zijn we voor vertrek reeds uitgebreid gewaarschuwd.  Karin blijft daarom – ik vind dat echt knap – haar poot stijf houden.

“Nee, een persoon per machine, en geen assistenten. En er wordt alleen salaris betaald voor dagen dat we de rook- of windmachine daadwerkelijk gebruiken. Anderen dagen slechts een dagvergoeding. Punt. Geen discussie. Klaar.”

Sander heeft zich voor vandaag ziek gemeld en blijft in bed. Of in ieder geval in de buurt van zijn toilet.

De helft van de Nederlandse making of crew (namelijk Marthe) is gisteravond reeds gearriveerd. De andere helft (Floor) heeft in Goa in Zuid-India een scooterongelukje gehad en ligt met open wonden in het ziekenhuis.

Nog een kleine twee weken en dan arriveert de Nederlandse en een paar dagen later ook de Indiase film crew. Dan moet alles klaar staan.

Ok…